Zo monteer je zelf dakpanplaten


Wanneer je een dak gaat bedekken heb je verschillende opties. Voor een hellend dak kun je bijvoorbeeld kiezen voor dakpannen. Wanneer je wel de uitstraling wil van dakpannen maar tegen lagere kosten én gemakkelijker te monteren, dan kun je ook voor dakplanplaten kiezen. Voor het plaatsen zijn er wel een aantal zaken om rekening mee te houden, maar wanneer je dat doet kun je eenvoudig zelf aan de slag. Als je onderstaande stappen volgt, moet dat helemaal goedkomen!

Meten is weten

Meet goed uit hoeveel platen je nodig hebt. Daarbij zijn er een aantal zaken om rekening mee te houden:

  • zorg voor voldoende helling: minimaal 8 tot 14 graden is nodig om het water goed af te laten lopen;
  • waar de platen bij elkaar komen, in de nok, is ruimte nodig voor ventilatie. Rond de 5 centimeter is ideaal;
  • laat een dakpanplaat altijd iets oversteken ten opzichte van de dakrand, zo loopt het water beter de goot in;
  • zorg voor voldoende overlap tussen platen (ongeveer 2 cm in de lengte en 1 cm in de breedte).

Onderdak plaatsen

Vervolgens ga je de constructie waar de dakplanplaten op komen, maken. Dit begint met de kapconstructie waarop condensfolie geplaatst wordt. Zorg ervoor dat dit goed vastgemaakt wordt en dat alle kieren afgedicht zijn.

Voor de ventilatie worden hierop tengellatten geplaatst, van de nok tot de goot. Hierop komen vervolgens de panlatten waarop je de dakplanplaten gaat bevestigen. Deze komen horizontaal, de eerste twee vanaf de goot op 27 centimeter van elkaar, daarna op 35 centimeter van elkaar.

Dakplanplaten bevestigen

Dan kan het ‘echte’ werk beginnen: het bevestigen van de dakplanplaten. Wanneer je deze zelf nog (deels) op maat moet maken, is het aan te raden om een knabbelschaar te gebruiken in plaats van een slijptol. Zo voorkom je dat de warmte schade toebrengt aan de coating van de platen.

Het leggen van dakplanplaten doe je altijd in dezelfde volgorde: van de rechteronderhoek naar de linkerbovenhoek. Stel, voordat je begint, vast of het dak haaks is. Is dat niet het geval, dan volgt de eerste dakpanplaat de dakrand en vang je later oneffenheden op met windveren en nokpannen.

Zet de dakplanplaten vast met zelfborende schroeven die lang genoeg zijn, in de kleur van de platen, op de panlatten. Gebruik ongeveer 8 schroeven per vierkante meter en gebruik dezelfde schroeven om de platen aan elkaar te bevestigen.

Als dit klaar is, kun je de hulpstukken als windveren, nokpannen, goten en lood aanbrengen. En klaar is je dak!